Waarom een Raad voor de Journalistiek?
Veel enthousiasme heeft de journalistiek in Nederland nooit kunnen opbrengen voor de Raad voor de Journalistiek. Journalisten houden er niet van als buitenstaanders hen vertellen watvoor fouten ze gemaakt hebben in hun werk. Zoals artsen vinden dat je arts moet zijn om hun arbeid te kunnen beoordelen, vinden ook verslaggevers dat leken van hun vak geen bal begrijpen. En dan een Raad met zo'n corporatistische cultuur van de jaren vijftig: beetje werkgevers, beetje werknemers, beetje onafhankelijke juristen.
De grilligheid en matige kwaliteit van de oordelen van de Raad maakte het ook wel heel gemakkelijk de uitspraken naast zich neer te leggen: tot een paar jaar terug zat er weinig lijn in de journalistieke normering van de Raad. Het hing vooral af van welke gepensioneerde politicus er toevallig wel of toevallig niet bij de zitting aanwezig was geweest. Er werden gewoon te veel kwalitatief slechte uitspraken gedaan zonder enig besef van de eigen historie.
Het gebruik van de z.g. Leidraad, een bouwwerkje van media normering, heeft de kwaliteit aanmerkelijk omhoog geholpen. De Leidraad wordt bovendien zo nodig aangepast aan 'voortschrijdend inzicht'. Zover is het Genootschap van Hoofdredacteuren nog nooit gekomen. En mede gesteund door een driejarige extra bijdrage van het ministerie van Media heeft de Raad nog een paar andere verbeteringen kunnen invoeren: versterking van het secretariaat, aanstelling van een voor twee dagen betaalde voorzitter, invoering van bemiddeling en de mogelijkheid een uitspraak te herzien.
Als een van de ongeveer tien mensen in Nederland die alle uitspraken van de Raad leest, kan ik ervan getuigen dat de Raad het op het ogenblik verdient door de journalistiek serieus genomen te worden. Wrang genoeg lijken serieuze media zoals o.a. Het Parool, om hen moverende redenen de Raad links te laten liggen.
Dat gaat er niet beter op worden nu de Plasterk-gelden op zijn en het bestuur van de Raad, onder voorzitterschap van Fons van Westerloo, het afgelopen jaar heeft zitten slapen of in ieder geval zich niet het vuur uit de sloffen heeft gelopen om dat extra geld door de media zelf te laten opbrengen; of om die hordes mediageile Hagenezen ervan te overtuigen dat de Raad een noodzakelijk rol speelt in behoud en verhoging van de journalistieke kwaliteit.
Geen betaalde voorzitter van de Raad meer dus - de huidige Victor Lebesque doet zijn werk nu voor eigen rekening en vertrekt binnenkort -, bezuinigingen op het apparaatje van de Raad. Jammer, het ging de goede kant op. Moeten de honderd klagers per jaar maar weer naar de rechter - verhoogde griffierechten of niet.
Hugo Arlman, 19 maart 2012
|
|
Recente uitspraken
|
Zou de Raad geschrokken zijn ontwaakt uit een winterslaap van enige decennia bij het lezen van het woord 'Twitterknokploegje' in Ferry Hoogendijks ondernemersblaadje?